ChildRight
Print deze paginaGa terug naar de vorige pagina
Stories

Iqbal de Held

Igbal Masih was vier toen zijn vader hem aan een tapijtfabriek verkocht. Daar werkte hij twaalf uur per dag, elke dag.

 
Op zijn tiende werd Iqbal door kinderrechtenactivisten bevrijd. Hij was in het begin erg zwak maar zodra hij een beetje bijkwam, begon Iqbal overal waar hij kon over kinderslavernij te vertellen. In Pakistan werken meer dan 7 miljoen kinderen als slaaf en hij wilde ze allemaal helpen bevrijden. Iedereen die hem zag of hoorde spreken, was erg van hem onder de indruk.  
Iqbal werd een beroemdheid. Hij riep de wereld op géén Pakistaanse tapijten meer te kopen. Zo’n boycot, dacht hij, zou ervoor zorgen dat kinderslavernij werd afgeschaft.

In 1994, hij was toen twaalf jaar, kreeg Iqbal de kans om een poosje naar Amerika te gaan. Om daar te leren en over zijn dromen te vertellen.

Toen hij terugkwam in Pakistan, werd hij doodgeschoten. Zijn moordenaars zijn nooit opgepakt. Maar iedereen weet wie erachter zat: de Pakistaanse tapijtenmaffia.

Nu, tien jaar later, is Iqbal nog niet vergeten.
Behalve een wereldwijde boycot van tapijten die met kinderarbeid zijn gemaakt, is er ook een keurmerk voor goede tapijten gekomen. De kinderen die meehielpen deze tapijten te knopen, worden niet geslagen en krijgen tenminste een salaris voor hun werk.

--------------------------------------------------------------------------------

Adissa het huishoudslaafje

Ze raakte zwanger toen ze 13 was. Adissa was nog maar tien jaar toen haar moeder overleed. Haar vader werkte al jaren in Ivoorkust. Ze had al lang niets meer van hem gehoord. Ze werd door haar oma naar familie gestuurd. Een oom en tante in Ouyagouya. Deze mensen waren erg arm. Ze hadden een klein boerderijtje. Ze ging niet naar school. Ze moest juist hard werken: wassen, koken, en drinkwater sjouwen. Als ze iets niet goed deed, sloeg haar oom haar. Met een stuk leer of met een stok. Toen ze 13 was, werd ze verkracht door haar oom. 
Adissa raakte in verwachting, maar verloor de baby. Een vriendin hielp haar tenslotte te ontsnappen. Nu woont Adissa bij een familie die goed voor haar is. Ze kan inmiddels lezen en schrijven en ze volgt een opleiding om kleding te maken. Als ze groot is, wil ze haar eigen zaakje beginnen.
 

--------------------------------------------------------------------------------

Abdul was slaaf van een Arabische meester

Abdul (11) uit Bangladesh werd door zijn nicht als slaaf verkocht. Hij belandde in het Midden-Oosten. Daar werkte hij vier jaar als kamelenjockey.

Toen Abdul vier jaar was stierf zijn vader. Kort daarna ging ook zijn moeder dood. Hij werd opgenomen door zijn tante, die goed voor hem zorgde. Maar op een dag, toen zijn tante niet thuis was, werd Abdul ontvoerd. Hij bleek door zijn nicht (een dochter van zijn tante) te zijn verkocht.

“Ik werd door een man en een vrouw meegenomen naar Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Daar zat ik een paar maanden opgesloten. Als ik huilde, kreeg ik slaag.

 
Toen ze een paspoort voor me hadden geregeld, vertrokken we naar Madras in India. Met een Indiase man gingen we in een vliegtuig naar Dubai, in het Midden-Oosten. Daar werd ik weer verkocht. Aan een Arabische meester, voor ongeveer tachtig euro. Hij zei dat ik geluk had, mijn meester. Ik mocht aan het werk als jockey in kamelenraces. Dan moet je op de rug van een kameel zitten en keihard rennen tegen andere kamelen. Naar zulke wedstrijden komen veel mensen kijken, vooral toeristen en rijke Arabieren.
In het begin moest ik voor de kamelen zorgen. Er waren er wel honderd. Ze kregen veel te eten en te drinken, en ze werden regelmatig gewassen. Er was ook een soort zwembad. Maar dat was alleen voor de kamelen. Daar moesten we ze doorheen laten lopen. Dat was goed voor hun beenspieren.
Samen met nog zeven andere jongens uit Bangladesh leerde ik hoe je de kamelen moest berijden. We kregen lijm op onze broeken gesmeerd, zodat we er niet vanaf zouden vallen als ze heel hard liepen. Het was verschrikkelijk pijnlijk. We waren doodsbang. Wij kregen ook bijna niets te eten. We mochten niet te zwaar worden, want dan zouden de kamelen minder hard kunnen rennen. Soms voelde ik me erg zwak.
Ik ben tijdens de races wel tien keer erg hard gevallen. Eén keer kwam ik onder een kameel terecht. Toen was mijn arm gebroken. Een van de andere jongetjes ging dood na zo’n val van zijn kameel. Ik huilde erg vaak en had heimwee.
Toen ik tien was, werd ik te zwaar voor kamelenraces. Ik werd meegenomen en achtergelaten bij de stad Comilla in Bangladesh. Daar had ik geluk. Ik werd geholpen door een organisatie die met kinderen werkt. Zij brachten me naar een opvangtehuis voor kinderen. Hier woon ik nu al meer dan een jaar. Ik ga naar school, en ik speel veel voetbal en cricket. Als ik later groot ben, wil ik sociaal werk gaan doen. Iets waarmee ik andere mensen kan helpen. En ik hoop dat ik ooit mijn tante terug vind.”

Contact       FAQ       Steun ChildRight       Links
© ChildRight   Energieweg 7a, 3401 MD IJsselstein  T: 030-6777280   F: 030-6777283  E: info@childright.nl